Normstelling

Wie stelt residunormen vast?

Nederland

Hoewel de vaststelling van residunormen steeds meer Europees geregeld wordt, zijn enkele (overheids)-instanties in Nederland direct betrokken bij het vaststellen van residunormen. Naast de ministeries van VWS en LNV, is met name het CTgB (College Toelating Bestrijdingsmiddelen) de uitvoerende instantie op dit terrein. Het CTgB beoordeelt de bestrijdingsmiddelen op toxicologie en dergelijke. Ook maakt het CTgB voorstellen voor residunormen.

Europese Unie (EU)

Vanaf de jaren zeventig wordt er gewerkt aan harmonisatie van residunormen in de EU. Door residuharmonisatie wordt de handel in groente en fruit bevorderd. Immers, potentiƫle handelsbelemmeringen door verschillen in residunormen van bestrijdingsmiddelen tussen landen worden hierdoor opgelost.

De in Europees verband vastgestelde residunormen zijn overal van toepassing en overal gelijk. Momenteel is echter maar een beperkt deel van de residunormen geharmoniseerd. Dit verklaart waarom er nog steeds handelsproblemen tussen de lidstaten zijn op het gebied van residuen. Het streven is dat residunormen binnen afzienbare tijd geharmoniseerd zijn in de EU.

In de EU wordt in het algemeen vastgesteld of een bepaald middel wordt toegelaten. De daadwerkelijke toelatingen (het gebruik) van middelen is nationaal geregeld. Klimatologische aspecten bepalen bijvoorbeeld of een bepaald middel wel of niet geschikt is om te gebruiken. Dit leidt tot verschillen in gebruik van middelen in de lidstaten.

Volledige harmonisatie in de EU van residunormen is per 1 september 2008 afgerond. Er is een Europese residuverordening vastgesteld in 2005 (Verordening 396/2005). De bijlagen bij deze verordening zijn ingevuld, zodat er daarna sprake is van harmonisatie van de residunormen. Nu de invulling van de residuverordening een feit is, kunnen de lidstaten zelf geen nationale residunormen meer vaststellen.


    Afdrukken